Flikker

Wie heeft dit fenomeen nog niet meegemaakt? Eigenlijk constateert iedereen wel eens een verandering in het verlichtingsniveau. Dit is het gevolg van een verandering in het spanningsniveau door stroomverandering (inschakelstroom). Hoe groot de spanningsverandering is, hangt af van de netimpedantie. Kortom: ook bij dit fenomeen zijn er vele onderlinge afhankelijkheden. In figuur 7 is te zien welke partijen verantwoordelijk zijn voor het beheren van een goede kwaliteit van spanning en stroom. De netbeheerder is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de spanning en voor een voldoende sterk net. Een voldoende sterk net betekent een net met een hoog kortsluitvermogen of een voldoende lage impedantie.

 

De installatie, waarvoor de eigenaar verantwoordelijk is, moet op het aansluitpunt een stroom vragen of leveren die geen hinder veroorzaakt. Dit betekent dat de vervorming in de stroom niet te groot mag zijn maar ook de veranderingen (inschakelstromen e.d.) mogen niet te groot zijn. In de netcode [2] zijn die verantwoordelijkheden geregeld. In figuur 8 zijn de eisen weergegeven voor snelle spanningsvariaties, zoals opgenomen in de netcode,. De maximale snelle spanningsvariatie op het aansluitpunt van een installatie mag (uitzonderingen daargelaten) niet groter zijn dan 3%. De index Pst en Plt zeggen iets over het aantal en de grootte van de spanningsvariaties per tijdseenheid (10 gemiddeld voor Pst en 2 uur gemiddeld voorPlt).

Aan het net worden eisen gesteld aan de lange termijn index Plt en de maximale snelle spanningsvariatie. Aan de kant van de installatie worden eisen gesteld aan de bijdrage aan de korte en lange termijn index. Ook is vermeld met welke ‘referentieimpedantie’ mag worden gerekend.
 

© 2016 - 2018 Schrijvende Meter | sitemap | rss | webwinkel beginnen - powered by Mijnwebwinkel